'Deselecteer selectie in de jeugd sport’


Wat is selectie nu precies, en waarom is het zo’n hot topic? Recent was Jan Willem Teunissen bij een bijeenkomst over talent ontwikkeling op Papendal.

Recent was ik bij een bijeenkomst over talent ontwikkeling en herkenning van het consortium van 4 kennis instellingen op Papendal (nationaal trainingscentrum in Nederland).

De bijeenkomst was georganiseerd door de HAN – Sport & Bewegen, Gent Universiteit (Be), UMCG Groningen, VU Amsterdam en het Kenniscentrum Sport. Goed platform, grote groep professionals uit heel Europa van embedded scientist tot trainers van voetbal clubs en nationale bonden. Het doel was om in ons vakgebied van talent ontwikkeling en herkenning in de sport meer samen op te trekken en te discussiëren over de toekomst van ons vakgebied.

Tijdens een van de sub-sessies was het idee dat we met een klein committee zouden nadenken over de toekomst van ons vakgebied in een bepaalde richting. Nu ben ik zelf veel bezig met ontwikkeling en had mij voorgenomen om niet naar de sessie ‘ontwikkeling’ te gaan. Ik wilde mijn horizon eens verleggen naar ‘selectie en identificatie van talent’. 
De gespreksleider van deze sessie stelde de vraag wie een prangende opmerking of vraag heeft omtrent deze twee thema’s. Uit de groep stapt een professional van een van de grootste bonden van Nederland naar voren en stelt dat selectie op verschillende gronden gedaan wordt echter wat is de waarde daarvan. Een ontstond een vreemde sfeer (althans in mijn ogen en van de deelnemers direct naast mij). Wat was zijn vraag nou? Wat was de opmerking die hij wilde maken over dit thema in relatie tot zijn sport? Er ontspon een vreemde discussie over ‘selectie’ die tot nergens was terug te herleiden. Ik vroeg mij af of deze discussie tussen professionals nu niet exemplarisch is voor het begrip van selectie ansich?! 

Wat is selectie nu precies, en waarom is het zo’n hot topic? Selectie wordt door trainers vaak gebruikt om teams samen te stellen op niveau om te kunnen winnen. Kinderen worden geselecteerd op gronden als fysieke gesteldheid of specifieke kwaliteiten, de ‘goede kinderen in een eerste team, de minder goede in een ander team’. Daarbij komt dat deze kinderen geïdentificeerd worden op basis van hoe de trainer hen ziet, de elementen waar trainers naar kijken zijn vaak verre van onderbouwd, laat staan evidence-based. Met als gevolg hoge prestatie druk en wellicht een afname van plezier. 
Bij deze vroege-selectie hoort ook een de-selectie van kinderen, houdt dit nu in dat de gedeselecteerde kinderen geen potentie hebben?
Op de korte termijn zijn ze in ieder geval niet goed genoeg om mee te kunnen winnen is dus de redenering. Hier zit een probleem is mijn opvatting. Het probleem van vroege selectie zit hem natuurlijk in het idee dat kinderen die NU presteren niet per definitie de beste zullen zijn op latere leeftijd, maar vaak wel de beste en faciliteiten en trainers krijgen. Is het dan eerlijk om naar NU te kijken of is de ontwikkeling van potentie dan niet een betere en eerlijkere manier van kijken en daarbij presteren te vervangen door ontwikkelen? 

Mijn stelling in deze is dan ook selectie een door het systeem gecreëerd construct is dat altijd in dienst moet staan van de ontwikkeling van het kind. Selecteren en identificeren kunnen nooit doel ansich zijn. 
Bij de KNVB zijn ze recent gestart met het project gelijke kansen. Goed initiatief, niet meer selecteren maar alle kinderen gelijk behandelen op niveau. Goede eerste stap, maar niet de hele waarheid, mijninziens. Niet selecteren is het kind met het badwater weggooien.
Hoe zou selectie dan wel moeten werken? Selectie, detectie en identificatie van potentie van kinderen moet in dienst staan van ontwikkeling van het kind. Tijdens een training herkennen wat een kind nodig heeft om zich door te kunnen ontwikkelen. Daarna een selectie maken van kinderen die samen werken aan hun ontwikkeling of zoals de docenten onder ons het noemen ‘differentiëren’. Waarop we differentiëren tijdens een training hangt samen met veel factoren, de aller belangrijkste is het kind! Wat kan het kind, wat kan het nog niet en hoe gaan we het kind helpen om dit te ontwikkelen. Het zal leiden tot kinderen die plezier ervaren in sporten. 

Het symposium werd afgesloten met een samenvatting van de sessies. De conclusie in onze sectie was 1) selectie is te vaak een organisatie middel in een systeem dat prestatie benadrukt en moet meer fungeren als ondersteuning voor de ontwikkeling van het kind.
Mooie opdracht voor de toekomst in ons vakgebied lijkt mij, kijk naar de ontwikkeling van het kind en niet naar de prestatie!

Jan Willem Teunissen

  • Naam: Jan Willem Teunissen
     
  • Verbonden aan: HAN-Universiteit van toegepaste wetenschappen (expertteam Talentontwikkeling & Identificatie) - Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- & Sportwetenschappen) - Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- & Sportwetenschappen)
  • Beroep & Expertise: Onderzoeker en docent op het gebied van talentontwikkeling en talentoverdracht. Met speciale interesse in allround ontwikkeling van jonge sporters. Doctoraat (c) - het vinden van overeenkomsten en verschillen tussen sporten om ontwikkelingstrajecten voor sporters op te zetten. Auteur van twee boeken over talentontwikkeling en internationale spreker. 
     
  • Korte samenvatting: Jan Willem heeft een B. in PE en een MSc. in talentontwikkeling & bewegingsfysiologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. In het verleden werkte hij voor de elite voetbalclub Ajax Amsterdam en implementeerde hij een all-round ontwikkelingsprogramma en een volwassenheidsgerelateerd individueel trainingsprogramma (Bio-banding) in de jeugdopleiding. Verder was Jan Willem hoofd van de prestatiestaf van de elite voetbalclub FC Twente. Momenteel werkzaam bij twee onderwijsinstellingen; HAN-Universiteit en Universiteit Gent. 
     
  • Wat heeft u geïnspireerd? Mensen met uitzonderlijke vaardigheden inspireren mij het meest. Zeker als sporters creatieve oplossingen vinden voor de uiterst moeilijke uitdagingen binnen het spel. Zoals Jerome Simpson is deze video: