“I’m a football player” (Lebron James)


Transfers tussen sporten en de kracht van breed-motorische ontwikkeling.

In de NBA speelt al jaren een van de beste basketballers aller tijden; 4x most valuable player, drie titels met twee verschillende clubs en al meer dan 15 jaar actief in de NBA. Het gaat hier om Lebron James.
Tijdens zijn schoolcarrière speelde Lebron niet alleen basketbal. Hij speelde ook nog American Football. Er zijn geluiden dat hij zelfs de NFL had kunnen bereiken met zijn kwaliteiten. Hieronder zie je het atletisch vermogen dat hij met zijn lengte (2.03 m) en gewicht (113 kg) heeft.

Dit is natuurlijk deels aanleg, maar bovenal ontwikkeling (DMGT; Francois Gagne) in een juiste omgeving. Vergelijk de acties van Lebron als American Football speler eens met hoe hij nu in de NBA presenteert. Het grote atletische vermogen dat hij tentoonspreidt is mede door zijn football achtergrond ontwikkelt, naast natuurlijk alle andere training die hij heeft gedaan.

Echter, hij is geen uitzondering. Er zijn meerdere sporters die meerdere sporten gedaan hebben en uiteindelijk de absolute wereldtop hebben bereikt.
Neem nou bijvoorbeeld Ester Ledecká. Zij wint op de winter OS’18 in Pyeongchang (Korea) twee gouden medailles op twee ogenschijnlijk verschillende disciplines: Super-G (ski) en reuzenslalom (snowboard). Daarna verschijnt een artikel waarin Ester grapt (…of niet) dat ze in Tokyo (OS-2020) weleens deel zou kunnen nemen aan het windsurfen.
Windsurfen? Ja windsurfen, maar zo vreemd als het lijkt is het niet! Daar later meer over…

Zijn er nog meer sporters die meerdere sporten gedaan hebben en de top gehaald? Zeker en veel ook (lijst).
Roger Federer (niet de minste en dat is een understatement) zegt zelf in de New York Times (artikel) dat badminton en basketbal zijn oog-hand coördinatie hebeben verbeterd. Daarnaast leerde badminton hem met ‘schaak-precisie’ en rust te spelen en trainde hij zijn voetenwerk. Overigens vertelde hij ooit in een interview met NOS (video) dat hij op jonge leeftijd geleerd heeft goed te bewegen door o.a. op jonge leeftijd aan voetbal, tafeltennis, hardlopen, squashen en skiën te doen.

Maar hoe zit dit nu in elkaar? Welke mechanismen zijn nu verantwoordelijk voor de transfers tussen sporten?

Als auteur en medeoprichter van het Athletic Skills Model heb ik hier uitvoerig over gerapporteerd in de twee boeken die gepubliceerd zijn.
Er wordt verondersteld dat er 5 categorieën zijn waarop transfers tussen sporten tot stand kunnen komen. Deze zijn allen niet sport specifiek en bevatten daardoor generieke elementen die binnen een sport in meer of mindere mate terugkomen. Dit zijn de zo genoemde transferable elements.
Deze categorieën zijn, vrij vertaald; motorisch, fysiek, tactisch/perceptueel en mentaal van aard. Als er binnen deze categorien grote overlap zit tussen de sporten, dan is een transfer mogelijk.
Neem nu Ester Ledecká, zij heeft iets unieks gepresteerd, goud op twee disciplines in verschillende sporten. Maar zijn ze zo verschillend? In zowel het snowboarden als in het skiën komt het ‘glijden’ terug. Deze doelgerichte motorische vaardigheid (Fundamental Movement Skill) komt in veel sporten voor, zo ook in het windsurfen.
Vandaar ook mijn statement, dat ik niet verbaasd was dat Ester Ledecká in deze discipline ook goed scoort. Het is immers eenzelfde categorie sporten.

Nu is de transfer op latere leeftijd (artikel) naar een andere sport te zien als een product transfer van vele uren trainen in een sport, om met deze vaardigheden de overstap te maken naar een andere sport.
Een mooi voorbeeld is Primoz Roglic. Hij begon als schansspinger en rijdt nu mee in de top van het wielerpelonton. Zelf zegt Roglic dat meerdere elementen (balans, core-stability, yoga, aerodynamica, powertraining) uit het schansspringen hem hebben geholpen bij deze stap.
Deze elementen zijn allen terug te herleiden naar de vijf sub-categorieën van transfers.

Maar wat als we nu deze transfers niet aan het toeval zouden overlaten, maar meer gestructureerd zouden aanpakken vanaf de basis van de ontwikkeling van de atleet. Met andere woorden, hoe zou dan het proces van ontwikkelingstraject er uit moeten zien?
Door aan de basis van de ontwikkeling van het kind de juiste elementen aan te bieden (artikel), zal het kind;
1) meerdere sporten kunnen spelen
2) minder blessures oplopen door eenzijdige belasting
3) creatiever zijn in het vinden van oplossingen in een sport door de veelzijdigheid aan vaardigheden
4) langer actief blijven in een sport en daardoor ook positieve gezondheidseffecten ervaren.

Tot slot, transfers zijn mogelijk tussen verschillende sporten en zijn een gevolg van een brede motorische vaardigheid op jonge leeftijd. Echter, nu lijkt het veelal op toeval te berusten hoe deze transfers tot stand komen. Door ze gerichter en aan de basis aan te bieden aan kinderen zullen er voor de ontwikkeling van het kind positieve effecten op later leeftijd zijn.
Met misschien wel een carrière als Primoz, Roger, Ester of Lebron in het verschiet…

Een vervolg artikel zal zich richten op hoe een breed motorisch programma vorm te geven voor meerdere sporten en welke concepten daaraan ten grondslag liggen.

Laten we elkaar blijven inspireren,

Jan Willem

Jan Willem Teunissen

  • Naam: Jan Willem Teunissen
     
  • Verbonden aan: HAN-Universiteit van toegepaste wetenschappen (expertteam Talentontwikkeling & Identificatie) - Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- & Sportwetenschappen) - Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- & Sportwetenschappen)
  • Beroep & Expertise: Onderzoeker en docent op het gebied van talentontwikkeling en talentoverdracht. Met speciale interesse in allround ontwikkeling van jonge sporters. Doctoraat (c) - het vinden van overeenkomsten en verschillen tussen sporten om ontwikkelingstrajecten voor sporters op te zetten. Auteur van twee boeken over talentontwikkeling en internationale spreker. 
     
  • Korte samenvatting: Jan Willem heeft een B. in PE en een MSc. in talentontwikkeling & bewegingsfysiologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. In het verleden werkte hij voor de elite voetbalclub Ajax Amsterdam en implementeerde hij een all-round ontwikkelingsprogramma en een volwassenheidsgerelateerd individueel trainingsprogramma (Bio-banding) in de jeugdopleiding. Verder was Jan Willem hoofd van de prestatiestaf van de elite voetbalclub FC Twente. Momenteel werkzaam bij twee onderwijsinstellingen; HAN-Universiteit en Universiteit Gent. 
     
  • Wat heeft u geïnspireerd? Mensen met uitzonderlijke vaardigheden inspireren mij het meest. Zeker als sporters creatieve oplossingen vinden voor de uiterst moeilijke uitdagingen binnen het spel. Zoals Jerome Simpson is deze video: